Profiel

In den beginne…

Of het mijn eerste foto is, kan ik me niet herinneren. Maar tijdens een vakantie met mijn ouders en zus – het zal 1986 of 1988 zijn geweest – in Willingen, Sauerland, maakte ik een paar foto’s met de Vivitar 35ES van mijn moeder. Nadat de fotorolletjes waren ontwikkeld en foto’s afgedrukt, was er één foto waarover mijn moeder zei: “dat is een mooie foto! Waar heb ik die genomen?” Waarop ik reageerde: “mam, die heb ik gemaakt…” Vermoedelijk is daar het zaadje geplant dat is uitgegroeid tot een bijzondere belangstelling in fotografie. Mijn opa was een fanatiek fotograaf. Hij heeft me door kennis over te dragen en me te laten spelen met zijn camera (Wow! Een spiegelreflex! Wow! Een Macro lens!) enthousiast gemaakt.

Laat me je meenemen langs het ontwikkelpad van mijn fotografie door de camera’s die ik in de loop der jaren heb gebruikt de revue te laten passeren.

Dit was de camera waarmee ik de eerder aangehaalde vakantiefoto maakte. Scherpstellen met een eenvoudige scherpstelring, een paar minimale opties om instellingen te wijzigen en een klassiek zoekerbeeld met parallax lijntjes. Dat maakt het extra spannend: past hetgeen ik gezien werkelijk op de afdruk? Krijg ik het beeld dat ik zocht of verwachtte?

In de eerste twee jaren op het voortgezet onderwijs, was er ruimte voor eigen invulling van een tweetal lesuren per week. Buitenschoolse activiteiten. Prachtig begrip. Een foto-enthousiaste natuurkundeleraar leerde ons over de basis theorie van camera’s, fotografie, maar vooral werken in de DoKa – de Donkere Kamer. Zwart-wit foto’s maken rond Groningen CS, rolletje laten ontwikkelen, maar zelf afdrukken. Geweldig. Het resultaat dat voor je ogen ontstaat. Dat je bij kan sturen met doordrukken en tegenhouden en daarmee je plaat spannender maken. Ik zou bijna wensen dat ik een zolderkamertje had waar ik een DoKA kon inrichten.

Via-via kon ik een tweedehands Ricoh Mirai kopen. Een hybride camera: spiegereflex qua techniek, geen verwisselbaar objectief, wel een zoomfunctie. En een nogal opvallend ontwerp. Als ik nu terugkijk ben ik eerder vertederd dan onder de indruk. Fotografische sentiment? Maar wat was het gaaf om hiermee op pad te gaan, te ontdekken wat het apparaat allemaal kon en te genieten van de steeds weer spannende momenten als ik het mapje met foto’s op ging halen bij de fotograaf. En wat was dat stiekem toch duur voor een schoolgaande tiener.

Fotograferende opa overleed in 1993. Als kleinkind met veruit de meeste interesse in fotografie, ‘erfde’ ik zijn camera uitrusting. De Minolta Dynax 5000i, een 35-80mm en 80-200mm zoomobjectief en de al eerder genoemde 50mm macro. Body en de macrolens heb ik nog steeds. Ik zal er nooit afscheid van kunnen nemen. Al is het maar om de combinatie met alle boekjes, de aankopbon en de handgeschreven aantekeningen van opa. Een erfstuk, zeker voor mij. Enkele jaren met deze camera gefotografeerd, al lag het grootste deel van deze periode de nadruk op andere ontwikkeling dan die met fotografie samenhangt: school en studie. Toen het werkende leven begon, leefde de hobby weer op.

 

Digitaal!

Omdat we toch een sprongetje maken in de tijd, maakte ik een sprong van film naar digitaal. Konica had de fotografie-tak van Minolta overgenomen. Omdat de objectieven die ik had hiermee compatible zijn, was het een logische eerste stap naar digitaal. De 18-250mm die erbij kwam was feitelijk meer dan voldoende voor wat betreft bereik. Ik bedoel: het is een crop camera, dus de effectieve brandpuntsafstand was 27 tot 375 mm. Op een korte reis door Hongkong, Shanghai en Beijing heb ik volop genoten van deze camera.

Niet lang daarna nam ik afscheid van de Konica Minolta. De foto activiteiten waren intussen in handen van Sony. Van dat merk kocht ik de A700. Robuust, praktisch, ligt lekker in de hand. Fijne camera. Na de komst van de Sony geïnvesteerd in een aantal objectieven. Een Sigma 11-22mm en een Sigma 70-200mm kwamen in de fototas terecht. In die tijd veel aan de gang geweest met studiofotografie. Maak je daar geen al te bijzondere voorstellingen van: de woonkamer van mijn Hilversumse appartement was deels omgebouwd toto studio. De papierrollen hingen aan de ene kant van de kamer en met wat schuiven en slepen van meubilair kon ik prima uit de voeten met de telezoom, flitsers, softboxen, reflectors en statieven.

Een verandering in de privé situatie – van single naar relatie, samenwonen en dus verhuizen naar Amsterdam, geen ruimte meer voor een studio-in-huis – zorgde voor een opruimmoment. Studiomateriaal verkocht. En verliefd geworden op een Nikon – met medeweten van, don’t worry. D700. Full-frame. Van Sony was niet bekend hoe de toekomst eruit zou zien: blijven ze wel of niet full-frame camera’s maken? Onzeker. Met de kennis van nu, had ik bij Sony kunnen blijven. Enfin, het spul was relatief nieuw, daarmee op de tweedehands markt voldoende waard. Met een sommetje extra, kon ik de sprong naar full-frame maken. Hallo, D700, 25-70mm en 50mm!

 

Nieuw licht

Dat was in 2010. Nu, ik schrijf dit in oktober 2017, is dit nog steeds mijn camera. De laatste jaren niet veel gefotografeerd. Theatervoorstellingen, een paar trouwfeesten, modeshows bij een boetiekje waar vriendin in meeloopt. Deze zomer kwam de omslag: op een vroege maandagochtend op weg naar het Spui in Amsterdam. Rust in de stad, mooi licht. Met mijn smartphone foto’s gemaakt. Ik keek naar het resultaat en dacht: “waarom doe ik dit niet vaker?” Et voila…. De herontdekking van een hobby.

Kort geleden mezelf kunnen trakteren op een 16-35mm en een 105mm micro (beiden van Nikon) en daarmee mijn verzameling objectieven verdubbeld. Genoeg materiaal om veel plezier van te hebben. Genoeg geschreven, naar buiten. Foto’s maken!

Profielpeter